Nu 3 maanden GRATIS op proef in uw praktijk.
Wilt u vrijblijvend informatie ontvangen?
Vult u dan het in.
 
Hoofdpagina
Introductie
Werking
Tarieven
Ondersteuning
In het nieuws
Contact
© Artsenweb.net 2018

In het nieuws

Artsenweb.net is ontwikkeld omdat de ontwikkelaars een behoefte herkenden. De behoefte dat patiŽnten hun huisarts graag ook via internet willen kunnen benaderen. Dat we hierin niet alleen staan blijkt uit onderstaande nieuwsberichten.

Titel: Invoering elektronisch patiëntendossier jaar uitgesteld
Datum: 09-11-2005
Bron: Webwereld

De invoering van het elektronisch patiŽntendossier loopt een jaar vertraging op en zal niet voor begin 2007 plaatsvinden.

Dit schrijft minister Hans Hoogervorst van Volksgezondheid in een brief aan de Tweede Kamer. Het elektronisch patiŽntendossier (epd) zou op 1 januari 2006 worden ingevoerd. In het elektronisch dossier kunnen medische hulpverleners informatie vinden over hun patiŽnten.

De aanleg van de landelijke infrastructuur voor dit systeem, ook wel het landelijk schakelpunt genoemd, blijkt meer tijd in beslag te nemen dan gepland, aldus de minister. De bouw is inmiddels gestart en het schakelpunt wordt op 31 januari 2006 opgeleverd.

Daarna moet het nog worden getest om met het epd en wdh (elektronisch waarneemdossier huisartsen) van start te kunnen gaan. Dat de aanleg van dit systeem meer tijd in beslag neemt komt volgens de minister onder meer omdat het bouwen en aanpassen van de benodigde technische voorzieningen meer tijd kost dan gedacht.
Lees verder op Webwereld

Titel: KNMG lanceert Richtlijn voor online arts-patiënt contacten
Datum: 08-01-2005
Bron: KNMG

Steeds vaker gebruiken artsen in hun praktijk online communicatiemiddelen, zoals e-mail en chat. Tot voor kort bestonden hiervoor geen richtlijnen. De KNMG heeft een richtlijn opgesteld die aangeeft onder welke voorwaarden verantwoorde online arts-patiŽntcontacten kunnen plaatsvinden.

De KNMG-richtlijn gaat in op alle online contacten tussen arts en patiŽnt waarbij de arts:

  • een op de situatie van de patiŽnt gericht advies geeft, of
  • een (farmaco-)therapie start, of
  • een herhaalrecept verstrekt.

    Kenmerkend voor dergelijke online contacten is dat er geen mogelijkheid is de patiŽnt lichamelijk te onderzoeken. Niet alle situaties lenen zich daarom voor een online contact. Vaak zal immers lichamelijk onderzoek nodig zijn voordat de arts een diagnose kan stellen. Spoedeisende zaken lenen zich doorgaans ook niet goed voor een online consultatie. Een probleem van andere orde is hoe arts en patiŽnt zich kunnen identificeren. Nu is dit nog niet goed mogelijk, ICT-mogelijkheden moeten verder verbeteren. In het belang van de kwaliteit van de zorg is daarom terughoudendheid geboden bij online contacten.

    Het uitgangspunt van de richtlijn is dat online contacten ingebed moeten zijn in een al bestaande behandelrelatie, dat wil zeggen een relatie waarin arts en patiŽnt elkaar kennen, elkaar hebben ontmoet en elkaar zo nodig weer kunnen ontmoeten. Het is echter niet uit te sluiten dat ook buiten een bestaande behandelrelatie online contacten mogelijk zijn. De beslissing om online advies te geven of te behandelen moet elke keer door de arts worden gemaakt. Hij moet deze keuze kunnen motiveren. Een arts kan besluiten tot online contact met een patiŽnt als hij eventuele risicoís heeft afgewogen en de kwaliteit van zorg voldoende gegarandeerd is. De beslissing van de arts moet medisch-inhoudelijk verantwoord zijn.

    De richtlijn moet worden gezien als een aanvulling op de professionele standaard. Besluit een arts tot online contact met een patiŽnt, dan gelden dus ook alle voorwaarden uit de richtlijn naast de bestaande professionele zorgvuldigheidsnormen. Dit houdt onder andere in dat ook van een online consult een dossier bijgehouden moet worden, de arts een bewaarplicht heeft en dat de arts de overige patiŽntenrechten moet respecteren.

    De richtlijn is op 1 januari 2005 in werking getreden en is te downloaden op www.knmg.nl/publicaties.

  • Titel: Virtueel elektronisch patiëntendossier online
    Datum: 01-06-2004
    Bron: HuisartsVandaag.nl

    Virtueel elektronisch patiŽntendossier Ďliveí voor IJsselstein en Nieuwegein.
    Als eerste ziekenhuis in Nederland is het St. Antonius Ziekenhuis gestart met het transmuraal Elektronisch Patiëntendossier.Huisartsen in IJsselstein en Nieuwegein kunnen nu elektronisch, beveiligd en gecontroleerd, medische patiëntgegevens bij het St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein inzien.

    Deelnemers
    Zestien huisartsen uit IJsselstein en Nieuwegein zijn gekoppeld aan het ziekenhuisinformatiesysteem van het St. Antonius Ziekenhuis. Op deze manier kunnen de huisartsen patiëntgegevens in het ziekenhuisinformatiesysteem inzien. Deze inzage wordt mogelijk gemaakt door Upid, een elektronisch systeem dat ontwikkeld is door Uzorg. Uzorg is landelijk leverancier van communicatie in de zorg.

    Betere, doelmatige zorg
    Via Upid kunnen zowel huisartsen als specialisten, sneller en gerichter de meest actuele en complete informatie over hun patiënt inzien. Daardoor wordt de zorg efficiënter: er worden geen onnodige onderzoeken meer gedaan, patiënten worden snel en adequaat geholpen en de kans dat een arts fouten maakt, wordt sterk gereduceerd.

    NICTIZ
    Het systeem is ontwikkeld volgens de standaarden van NICTIZ, het Nationaal ICT Instituut in de Zorg. NICTIZ streeft naar de invoering van een landelijk Elektronisch Patiënten Dossier, waarvan de eerste stap, een landelijke elektronisch Medicatie Dossier, in 2006 operationeel moet zijn.

    Veiligheid
    Patiëntgegevens vormen gevoelige informatie. Veiligheid van deze gegevens en privacy van de patiënt zijn daarom zeer belangrijk. Een arts mag alleen gegevens inzien van patiënten die hij behandelt en de patiënt bepaalt zelf of de huisarts zijn gegevens bij specialisten uit het ziekenhuis mag inzien. Wanneer de patiënt niet wil dat zijn medische gegevens ingezien worden, dan kan hij dit doorgeven aan de informatielijn ĎMijn dossierí van het St. Antonius Ziekenhuis. In de database van Upid worden geen medische gegevens opgeslagen, maar kunnen de artsen bij elkaar in de systemen gegevens opvragen. Dit inzagesysteem voldoet aan alle wettelijke eisen. Elke aanvraag van gegevens wordt geregistreerd.

    Toekomst
    In eerste instantie zijn in dit project Zorginformatie IJsselstein Nieuwegein (ZIJN) zestien huisartsen aangesloten. In september zullen ook de huisartsenpost, de overige huisartsen in de regio, de specialisten en de apotheken aangesloten zijn op het systeem.
    Om het Elektronisch Patiëntendossier elders in het land in te kunnen voeren, zullen extra geldmiddelen noodzakelijk zijn. Inmiddels is al veel interesse getoond in het systeem.

    Titel: Burger Service Nummer zorgt voor uniforme registratie
    Datum: 13-05-2004
    Bron: Andere Overheid

    Het kabinet wil dat mensen voortaan maar ťťnmaal hun persoonlijke gegevens hoeven door te geven aan een overheidsinstantie. Daarna moet de overheid deze gegevens intern uitwisselen in plaats van mensen iedere keer dezelfde vragen stellen. Daarom voert de regering het Burger Service Nummer in. Lees verder.

    Titel: E-health in zicht
    Datum: 01-03-2004
    Bron: Raad voor de Volksgezondheid & Zorg
    Standaarden voor het elektronisch patiëntendossier wettelijk voorschrijven

    Minister Hoogervorst heeft naar aanleiding van het Rapport ĎFouten worden duur betaaldí van het Nederlands Patiënten Platform (NPCF) en het Nationaal ICT Instituut voor de Zorg (NICTIZ) aangekondigd haast te maken met de invoering van het elektronisch patiëntendossier.

    Technisch gezien is het EPD reeds tientallen jaren goed mogelijk en momenteel worden veel patiëntengegevens al elektronisch vastgelegd. Het probleem is de uitwisseling van gegevens. Hiervoor is standaardisatie nodig, maar het lukt partijen maar niet om tot gezamenlijke afspraken te komen.

    De RVZ heeft al lang op standaardisatie aangedrongen. In zijn adviezen Informatietechnologie in de zorg uit 1996 en E-health in zicht uit 2002 adviseert de Raad, dat de overheid, in casu een door haar aangewezen autoriteit, standaarden aan het veld op moet leggen. Dit moeten wel open standaarden zijn, dus standaarden die iedereen vrijelijk mag gebruiken.

    Een ander probleem dat de RVZ signaleerde is de zgn. vendor lock-in: de gebruiker van leveranciersgebonden programmatuur kan niet of slechts tegen hoge kosten op een andere leverancier overstappen als hij niet tevreden is. De RVZ pleit dan ook voor de ontwikkeling van programmatuur in de zorg volgens open source principes. Deze kan door iedereen vrijelijk gebruikt worden waardoor leveranciersmonopolies worden voorkomen. Lees verder (PDF-bestand).

    Titel: Nederland klaar voor digitaal patiëntendossier
    Datum: 27-02-2004
    Bron: WebWereld
    Tweederde van de Nederlanders zou gebruikmaken van een zogenoemd digitaal patiëntendossier als dit zou besparen op hun ziektekosten.

    Dit blijkt althans uit onderzoek van Trendview onder duizend volwassenen. Een digitaal patiëntendossier is een elektronisch systeem waarbij, in tegenstelling tot de huidige papieren variant, het medische dossier van de patiënt overal ter wereld en op elk gewenst tijdstip is op te vragen.

    De patiënt is hierbij eigenaar van zijn eigen digitale dossier, waardoor dit alleen kan worden ingezien door artsen of andere belanghebbenden als de patiënt zelf toestemming geeft.

    Het dossier wordt beheerd door een onafhankelijke instantie, die ervoor moet zorgen dat het goed beveiligd is. Vooral jongeren blijken enthousiast over dit idee, zo blijkt uit het onderzoek. Lees verder.

    Titel: E-mail kan huisartsentekort oplossen
    Datum: 05-09-2003
    Bron: WebWereld
    Als de zorgsector meer gebruik van internet en e-mail zou maken, kan het huisartsentekort vrij makkelijk worden opgelost.

    Als huisartsen 15 procent van hun consult per e-mail zouden afhandelen is het huisartsentekort opgelost, dat beweert het Nationaal Platform E-Health. Deze zogeheten 'digitale dokter' is een realistische optie en kan het snel landelijk worden ingevoerd, aldus het platform.

    Het Nationaal Platform E-Health heeft de afgelopen twee jaar geëxperimenteerd met het consult per e-mail. Volgens de organisatie heeft het digitale consult veel voordelen en sluit het beter aan bij de wensen van steeds meer Nederlanders. Bovendien kan er 168 miljoen euro per jaar bespaard worden omdat een e-mailconsult veel minder tijd in beslag neemt. Lees verder.

    Titel: Gebruik van internet kan tot minder bezoeken aan huisarts leiden
    Datum: 02-09-2003
    Bron: Raad voor de Volksgezondheid & Zorg
    Alhoewel de huisarts nog altijd de belangrijkste bron van informatie is als men een gezondheidsprobleem heeft, neemt het belang van Internet toe. Meer dan 75% van de Internetgebruikers zou via het Internet vragen aan hun huisarts willen stellen. Wanneer dit zou kunnen denkt 40% van hen minder vaak naar de huisarts te gaan; slechts 7% zegt vaker te zullen gaan. Dit blijkt uit de resultaten van onderzoek dat de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ) op 2 september heeft gepubliceerd.

    Het Internet als bron van informatie en zijn impact
    De huisarts wordt als verreweg de belangrijkste bron van informatie gezien wanneer men een gezondheidsprobleem heeft. Daarnaast zoekt 70% van de Internetgebruikers bij een gezondheidsprobleem via het Internet wel eens naar informatie over zoín probleem; bijna 20% doet dit in zoín geval vaak of altijd. Vrouwen doen dit meer dan mannen en chronisch zieken vaker dan gezonden.

    Voor de gang naar de huisarts maakt het raadplegen van gezondheidsinformatie via Internet volgens de geënquÍteerden niet zoveel uit: 80% zegt dat dit geen verschil maakt, 14% zegt hierdoor minder vaak te gaan. Slechts 2% zegt hierdoor vaker te gaan. Lees persbericht.

    Titel: ICT en Zorg "De virtuele huisarts"
    Datum: 29-10-2001
    Bron: TNO Strategie, Technologie en Beleid
    Computers met huisartseninformatiesystemen zijn niet meer weg te denken uit de huisartsenpraktijk. Het gebruik van Internet is echter nieuw voor het gros van de Nederlandse huisartsen. De mogelijkheden die Internet biedt, hebben de potentie om het dagelijkse werk van huisartsen danig te beÔnvloeden en te veranderen. De echte kwestie zit echter niet in de technische mogelijkheden van Internet, maar in de manier waarop huisartsen met maatschappelijke ontwikkelingen om zouden willen gaan. De technologische ontwikkeling van Internet in de gezondheidszorg zal dus ook vanuit de positionering van de huisarts en de houding van de patiënt moeten worden bezien. Lees verder.

    Terug naar boven